Rugby spel & regelsSchrijf je in!

Rugby spel

Het doel van het spel is zoveel mogelijk tries en kickgoals te scoren. Een try wordt gescoord door de speler, die de bal achter de doellijn (try-line)van de tegenpartij op de grond drukt. Een try levert vijf punten op en men werft hierdoor het recht op het nemen van een conversie, welke bij succes twee punten oplevert.
 Een conversie is een schop op de palen, loodrecht op de doellijn van de plaats waar de try is gedrukt. Bij de schop moet de bal tussen de palen en over de dwarslat geschopt worden. Ook kan er een dropgoal gescoord worden. In het open spel moet een speler de bal eerst uit de handen op de grond laten stuiten voordat hij de bal door de palen schiet. Voor een dropgoal worden drie punten in rekening gebracht.

Natuurlijk wilt de tegenstander ook scoren en probeert  het scoren van de andere partij te voorkomen door de bal terug te veroveren. Dat kan door een tackle (iemand met de armen vasthouden en naar de grond drukken), door de bal te onderscheppen of door balwinst na een overtreding van de tegenpartij.

De 10 basisregels van Rugby

1. De spelers mogen rennen met de bal in de handen.
2. De bal mag alleen maar naar achteren worden gegooid. De ovale vorm vereist een speciale pass-techniek.
3. De speler met de bal mag getackeld worden. Dat mag alleen met de armen en niet met de benen.
4. Lichte overtredingen zoals het laten vallen van de bal of een pass naar voren worden bestraft met een scrum. In een scrum staan de 8 voorwaartsen in een bepaalde formatie. De 2 groepen van voorwaartsen strijden om de bal die in het midden van de scrum wordt ingegooid.
5. Als de bal uit gaat, wordt een line-out geformeerd. De bal wordt tussen twee rijen spelers in het midden gegooid.
6. Zware overtredingen zoals het praten tegen de scheidsrechter of buitenspel worden bestraft met een penalty. Bij een penalty moet de tegenstander 10 meter achteruit. Maar als je in de buurt van de palen bent, mag je ook op de palen schieten. Dat levert 3 punten op.
7. Buitenspel: als je achter de bal blijft, sta je in de meeste situaties niet buitenspel.
8. Ook bij de maul maak je contact. Je loopt tegen een speler op en draait je lichaam in. Je wacht op hulp van je maatje als de tegenstander je vast pakt. Soms krijg je een kluwen van spelers die duwen en trekken om de bal te krijgen.
Als dit gebeurt terwijl de bal op de grond ligt heet het een ruck.
9. Je mag de bal schoppen. Soms is dat handig als je in de verdediging staat, maar uiteraard leidt het meestal tot balverlies.
10. Behandel de tegenstander en de scheidsrechter met respect.

Neem eens kijkje op de site van de IRB  (International Rugby Board). Daar kun je de spelregels lezen, video voorbeelden bekijken en animaties om je te helpen begrijpen hoe de spelregels worden toegepast op het speelveld. Er is een zelftest examen om je kennis te testen.

  Meer over IRB